Remembrance

In Flanders Fields

Home Page Image

 
  In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.
We are the Dead. Short days ago

We lived, felt dawn, saw sunset glow,
Loved and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

John McCrae

 

HET LIED DER ACHTTIEN DODEN

Een cel is maar twee meter lang
En nauw twee meter breed,
Wel kleiner nog is het stuk grond
Dat ik nu nog niet weet,
Maar waar ik naamloos rusten zal,
Mijn makkers bovendien,
Wij waren achttien in getal,
Geen zal de avond zien.

O lieflijkheid van lucht en land
Van Hollands vrije kust,
Eens door de vijand overmand
Vond ik geen uur meer rust.
Wat kan een man, oprecht en trouw,
Nog doen in zulk een tijd?
Hij kust zijn vrouw, hij kust zijn kind
En strijdt de ijd'len strijd.

Ik wist de taak, die ik begon,
Een taak van moeiten zwaar,
Maar 't hart, dat het niet laten kon,
Schuwt nimmer het gevaar.
Het weet hoe eenmaal in dit land
De vrijheid werd geëerd,
Voordat een vloek'bre schennershand
Het anders heeft begeerd.

Voordat, die eden breekt en bralt
Het misselijk stuk bestond,
En Hollands landen binnenvalt
Voordat, die aanspraak maakt op eer
En zulk Germaans gerief,
Ons volk dwong onder zijn beheer
En plundert als een dief.

De Rattenvanger van Berlijn
Pijpt nu zijn melodie;
Zowaar als ik straks dood zal zijn,
De liefste niet meer zie
En niet meer breken zal het brood
Noch slapen mag met haar,
Verwerpt al wat hij biedt of bood,
Die sluwe vogelaar!

Gedenkt, die deze woorden leest
Mijn makkers in de nood,
En die hun nastaan 't allermeest,
In hunne rampspoed groot,
Gelijk ook wij hebben gedacht,
Aan eigen land en volk,
Er komt een dag na elke nacht,
Voorbij trekt ied're wolk.

Ik zie hoe 't eerste morgenlicht
Door 't hoge venster draalt,
Mijn God, maak mij het sterven licht,
En zo ik heb gefaald,
Gelijk een elk wel falen kan,
Schenk mij dan Uw gena,
Opdat ik heen ga als een man
Als 'k voor de lopen sta

Jan Campert
overleden in het concentratiekamp Neuengamme,
12 januari 1943.

 

 

When Hitler attacked the Jews I was not a Jew, therefore I was not concerned.
And when Hitler attacked the Catholics, I was not a Catholic, and therefore,
I was not concerned.
And when Hitler attacked the unions and the industrialists, I was not a member
of the unions and I was not concerned.
Then Hitler attacked me and the Protestant church -- and there was nobody left
to be concerned.

Martin Niemoller
The exact text of what Martin Niemoller said, and which appears in the
Congressional Record 14, October 1968, page 31636 (Harry W. Mazal)

 

HET FRONT

Voor mij zie ik het gezicht.
Het is het gezicht van een soldaat.
Bepakt en gezakt loopt hij naar het front.
Hij is als een stip in een leger.

Voor mij zie ik het gezicht.
Het is het gezicht van een man, een vrouw, een kind.
Met lege handen lopen zij naar het front.
Zij zijn als een uit een menigte.

Voor mij zie ik het gezicht.
Het is het gezicht van een soldaat, een man, vrouw, kind.
Zij lopen met de tijd naar het front.
Zij zijn als een korreltje in het zand.

Voor mij zie ik het gezicht.
Het is het gezicht van de dood, gruwel en ellende,
En zij lopen ... naar dat front!
Zij zijn samen en allen zo alleen!

Voor mij zie ik het gezicht.
Het is het gezicht van de tijd.
Barbaars is het aan dat front.
Zij zijn als stofjes ... met of zonder naam.

Als stofjes? Zien wij hun kruis?

M. van Gaalen Sr.
Mt. Brydges, dinsdag, 22 februari 2005

 

THE FRONT LINE

Before me I see the face.
It is the face of a soldier.
Fully equipped he walks to the front line.
He is like a dot in an army.

Before me I see the face.
It is the face of a man, a lady, a child.
With empty hands they walk to the front line.
They are like one from a multitude.

Before me I see the face.
It is the face of a soldier, a man, a lady, a child.
They walk with the time to the front line.
They are like a kernel in the sand.

Before me I see the face.
It is the face of death, horror and misery.
And they walk ... to that front line.
They are together and all so lonely!

Before me I see the face.
It is the face of time.
It is barbaric at that front line.
They are like specks of dust ... with or without name.

As specks of dust? Do we see their cross?

M. van Gaalen Sr.
Mt. Brydges, Tuesday, February 22, 2005

 

REMEMBRANCE.

What do we remember
and is the way we
remember sufficient
for the price our
soldiers paid?
Their price was so high and dear, that we can not even
imagine what they went through! For instance, the "life"in
the trench with the continuous smell, taste, and feel of death
lurking around every corner clung to the men. Today, we are
in a new distant age, but do we understand our debt?
Understanding what
we are to remember
would help us see
what the importance is
of remembrance, however
do we even care? Is
our freedom just a
given? I believe that
Canadians in general
have forgotten the
importance of the war
and what it meant for
and means to the people
of Europe. In Holland, according to Canadians veterans:
"They know how to remember, they seem to understand the price we paid,
Canadians seem to have forgotten". Do we forget too quickly? Well, I found it
shocking that this year Sept. 11 came and went .... I never heard one thing about it
in the school! No announcement, no silence .... nothing at all! As Canadians can we "forget"
a tragedy that changed the world? Can we "not remember" the way three thousand people died in a few
seconds? Can we "forget" the wars? Should this happen? I say: "No, for they were our sisters and brothers!

Matthijs van Gaalen Jr. - November 11, 2003

 

Remembrance Day

In 1914 the first World War started.

The brave Canadian solders marching off to war, which is well said, but when
they got to Europe they were even braver then marching there.
They marched straight to war not to turn back.
They lived and died, in the muddy grounds of France and Italy, in trenches
filled with water, mud, and rats.
They protected themselves against the deadly gas.
They struggled through hearing the bombs, shots, and airplanes overhead.
They scrambled along in Vimy Ridge in the snow to capture an important hill.
They fought in harmony for freedom step by step, walking, running, and dying together.

They fought on land with the British 6-inch Howitzer, the French 75 mm gun,
the machine gun, and the trench-crossing tank.
Battleships, battle cruisers, and submarines crossed the seas.
The Fokker E III and the Sopwith Camel soared in the skies.

In 1939 the second World War started.

The brave Canadian soldiers marching off to war . . .

They fought in Europe, Asia, and Africa but this time with new tanks, better
planes, boats skidding across the water and submarines under it. The war was
taken over by mines, rockets, and many more aircrafts. Our troops freed much
of The Netherlands and Belgium.

In 1950 the Korean War started.

The brave Canadian soldiers marching off to war . . .

They fought during thunder storms, in thick snow, swamps and on mountains.
The troops turned back an army when surrounded on, Kapyong, a hill.

In 1965 a new flag was made to represent Canada.

The white symbolizes the snow, while the red on the flag represents the blood
shed by Canadians in World War I.
Hundreds, yes even thousands of Canadians suffered and died during all the wars
for liberty and peace.
They paid a price so high, so dear - we will remember them - we will remember
them all

- we will remember them . . . and thank them all.

Matthijs van Gaalen, Jr. - October 1999

 

On Sunday April 27 2003 at 19:35,
M. van Gaalen Sr. wrote:

In 1974 heb ik, als diensplichtige, met mijn ouders Bergen-Belsen bezocht.
Jaren later (1999) heb ik mijn ervaringen en gevoelens aan papier toevertrouwd.

OVERPEINZINGEN

Daar liep ik dan over de tegels. Het frisse gras wuifde, de vogels zongen en
de zon verwarmde alles. Ik had me voor die gelegenheid netjes aangekleed.
Jaren zijn verstreken, mijn bezoek aan het concentratiekamp behoort tot het
verleden - zal ik het ooit vergeten? Die tegels waren eens rivieren van
bloed, de stank zal er ondraaglijk geweest zijn, het gekreun en gegil
hemelshoog, de gloed van ovens ook uit die ogen - wie zal het ooit kunnen
geloven? De laarzen!, die laarzen! Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij ook
mij, nog niet verlaten?


Web site: Bergen Belsen