

Gisteren kwam een buurman zijn drie dochtertjes, Wilma, Ans en Elsje, ophalen die met Lize, onze jongste dochter, aan het spelen waren. Jacqueline, een oudere zuster van Lize, was met haar moeder naar het ziekenhuis gegaan omdat zij een duim op school bezeerd had met basketbal. De buurman vertelde dat hij jaren geleden, tijdens het skien, een duim gebroken had. Hij had zich aan iets gestoten en toen hij uren later zijn handschoenen uitdeed, om een kopje koffie te drinken, zag hij dat hij maar beter naar het ziekenhuis kon gaan. Terwijl hij zo zijn relaas deed, luisterde Elsje (5 jr.) aandachtig en vroeg, toen haar vader uitgesproken was: "Heeft u die koffie nog opgedronken, Papa?"
Matthijs van Gaalen Sr.
Mt. Brydges, zaterdag, 30 januari 2010
Sitting on my porch
I sometimes see him
He throws huge parties
At one of those parties I met him
We talked of his past
One day Jordan Baker came around
Nevertheless, I invited Daisy to tea
Gatsby stood there in the rain
We then went to Gatsby’s house
He was careful and charming
He was caring and cruel
His love for Daisy never withered
He knew how it should go
His belief in possibilities
He was a man of ambition,
Matthijs van Gaalen Jr.
Looking across my lawn
I see Gatsby’s house
All day and from dusk to dawn
Starring across the bay
Then he’s gone
Until the next day
Every other week,
He just wanders around
Looking for whom he seeks
I searched for him high and low
He sounded ambitions
His smile seemed to glow
How he had gone off to war
Educated at Oxford
I learnt, of him, more and more
She told me Gatsby wanted to meet Daisy
I heard of love they had shared
I found out it was all crazy
The time was set for four o’clock
She came inside and sat herself down
Then at the front door came a knock
So I invited him in without delay
They talked for a while
Forgetting the tea on the tray.
It was an amazing sight
That afternoon I saw the truth
He himself was truly Gatsby’s might
The smile caught ones eye
His stride was wide and his face was sure
But all the while his heart seemed to die
With his wealth came the laughter
That never reached his lips
For one reason that I would find out after.
For five years he’d missed her
Planning and growing in wealth
Everything he made of himself was only to get her
Impossibilities were possible
The past was not past
The future was changeable
Gave him his wealth
But ignorance
Made him lose his love and his health
Of principle and strength
He dreamt of possibilities
But at length....
Puff and smoke say it with coke!
Mt. Brydges, Sunday, 28 november 2004
U kent mogelijk mijn vriend de schrijver, toch zal ik hem bij naam niet noemen. Hij vertelde mij:
"Niet zo lang geleden nam ik een prijs in ontvangst voor een van mijn boeken. Door deze en gene werd ik toegesproken. Aan de lovende woorden kwam geen eind. Op een afwezig moment, dacht ik, voor die kerel moet ik ook klappen en begon nota bene ... . Toen ik het me een seconde later realiseerde, moest ik om het voorval hard lachen!
Matthijs van Gaalen Sr.
Een paar dagen nadien ontving ik een briefje. Geachte heer ..., Bij deze schrijf ik u wat mij al jaren dwarszit. De meeste mensen kijken op een geschikt moment in een spiegel om slechts zichzelf te zien. De "spiegel" van schrijvers is niet van glas en zilver, hij is van papier en inkt. Zij willen niet slechts zichzelf zien, maar vinden dat zij door velen aanschouwd moeten worden. Meneer ..., het spijt me dat het zo is, maar uw soort is heel arrogant!"
Sprakeloos stond ik naast mijn vriend op de stoep. Het was stil - doodstil, geen lovende woorden, geen applaus - en geen geschikt moment ...... voor een spiegel!
Mt. Brydges, zondag, 28 september 2003
Matthijs van Gaalen Sr.
Mt. Brydges, maandag, 4 december 1995
DE SCHRIJVER
Jaren geleden ontmoette ik een oude schrijver, die mij uitnodigde om eens op bezoek to komen. Op een zekere middag klopte ik aan zijn deur en werd prompt binnengelaten. In zijn studeerkamer zag ik, in een eikenhouten kast, al de boeken van de schrijver's hand. Het maakte diepe indruk op mij! Naast een oude schrijfmachine lagen ook nog eens stapels papier op de vloer! Waren het ongepubliceerde werken? De oude man strompelde het kamertje in, begroette mij en ging tegenover mij in zijn stoel zitten. Na wat heen en weer gepraat, vroeg ik hem of hij soms ergens spijt van had - doelende op een ongeschreven werk. De schijver zuchtte eens diep, dacht na, "keek" in een glaasje en zei: "Ja ... , ik heb teveel geschreven. Het doel van het schrijven is in te spelen op de verbeeldingskracht van de lezer. Als ik het over kon doen, dan zou ik slechts één groot verhaal schrijven. Het komt overeen met een enorme afdruk van een rechterpoot in gesteente. Er is er slechts één, geen teken van komen ... noch van gaan, er zijn ontelbare vragen ... maar geen antwoorden, en het - die ene afdruk - werkt eindeloos in op de verbeeldingskracht. Ik heb me, daarentegen, dus weggeschreven!
Matthijs van Gaalen Sr.
Mt. Brydges, vrijdag, 5 september 2003
Een heel jong meisje zat op de knieen van haar opa en keek verlangend naar een zuurstok die uit grootvader's jasje stak. Voorzichtig gingen de kleine vingertjes naar het lekkers, maar ze werden snel teruggetrokken zodra opa zijn hoofd maar iets naar haar toe draaide. Opa speelde zijn rol erg goed. Natuurlijk wist hij waar het kind zo verlangend naar zat te kijken. Hij was immers ook jong geweest en realiseerde zich dat de zuurstok aan smaak zou winnen naarmate de "strijd" er voor zwaarder zou zijn. Doelbewust bewoog hij dan ook af en toe zijn hoofd en keer op keer slaagde hij in zijn opzet - de vingertjes glipten als visjes weg. Na verloop van tijd, als een donderslag bij heldere hemel, zei hij enigszins nors: "Ik weet wat je hebben wilt!" De schrik sloeg het arme kind om het hart, haar wangetjes werden wat rood en met een bezorgde blik keek zij naar haar grootvader. Spoedig ebde de spanning weg toen opa de zuurstok uit zijn jasje haalde en aan haar gaf. "Zo moet je het likken," zei opa, "heel rustig en met je ogen dicht!" Het meisje ging liggen in de armen van haar grootvader en genoot zichtbaar van elke lik.
Jaren verstreken en het meisje dacht nog vaak terug aan die bijzondere zuurstok. Zo nu en dan kreeg of kocht ze er een, maar geen smaakte er zoals die!
Ik vertelde dit verhaaltje aan een jong meisje en legde uit waarom die zuurstok juist zo lekker geweest was: "Die zuurstok had immers een extra ingredient - hij zat namelijk bordevol met liefde!" Het jonge meisje keek me nadenkend en verlangend aan en zei: "Zijn er daar nog meer van?"
Matthijs van Gaalen Sr.
Mt. Brydges, maandag, 8 april 2002
/center>
/font size="6">/VLIEGEREN
/center>
/U kent ze wel de hedendaagse technologen. Mijn vriend was omgeven door allerlei ultra moderne elektronische apparatuur. Velen waren uitvindingn van hem, en steeds weer duwde hij de grens van het mogelijke voor zich uit in het rijk van het vroegere onmogelijke. Toch sloeg de vermoeidheid eenmaal onverwachts en hard toe! Lang veracht, maar nu was het zover! Mijn vriend sliep en droomde. Nee, niet van computers, ... beelden uit zijn verleden speelden door zijn hoofd. Hij zag zichzelf, als een fantaserende jonge jongen, op een ouderwetse dijk met een vlieger - vliegeren! De wind woei door zijn haren, de zon spiegelde op de vlieger en watten dreven voorbij en staken af tegen de strak blauwe lucht. Zo nu en dan zag hij daar een hond, een beer, of een gezicht. De traditionele school was niets voor hem en hij maakte en beklom zijn eigen ladder. Plots schrok mijn vriend wakker. Verbaasd keek hij in het rond naar alles wat hij zo ontworpen had. Voor het eerst kreeg hij een vreemd gevoel - een zekere afkeer van al die knopjes, lichtjes, bieps, berichten, het gezoem en de geur van plastic. Een paar minuten later stapte hij op - hij wist wat hij ging doen! Spoedig stond hij in een bijna prehistorisch winkeltje - zoals hij die vroeger gekend had. "Meneer," vroeg hij het oude glimmende baasje, "heeft u ook een eenvoudige vlieger?" Geheel onverwachts kwam mijn vriend thuis en riep zijn kinderen, die met een "station" bezig waren, en zei: "Kom, wij gaan vliegeren." "Vliegeren! Wat is dat?" vroeg een. Snel reed hij naar de groene aarden dijk van weleer - er lag nog een stukje - achter een veel hogere en zwaardere betonnen dijk. Welk jong kind zou het wagen om daar van af te rollen? Spoedig was mijn vriend aan het vliegeren. De lucht was somber grijs, de wind rukte gemeen hard aan de vlieger en de stank sloeg in zijn gezicht. Slechts na enige momenten keek hij om zich heen en zag nog net z'n jongste zoontje weglopen - ,of liever, waggelen. De vlieger werd gestreken en opgerold. "Jammer, hoe is het ... mogelijk!," zei hij. Mijn vriend treurde en had spijt!
/Jaren geleden ontmoette ik een oude schrijver, die mij uitnodigde om eens op bezoek to komen. Op een zekere middag klopte ik aan zijn deur en werd prompt binnengelaten. In zijn studeerkamer zag ik, in een eikenhouten kast, al de boeken van de schrijver's hand. Het maakte diepe indruk op mij! Naast een oude schrijfmachine lagen ook nog eens stapels papier op de vloer! Waren het ongepubliceerde werken? De oude man strompelde het kamertje in, begroette mij en ging tegenover mij in zijn stoel zitten. Na wat heen en weer gepraat, vroeg ik hem of hij soms ergens spijt van had - doelende op een ongeschreven werk. De schijver zuchtte eens diep, dacht na, "keek" in een glaasje en zei: "Ja ... , ik heb teveel geschreven. Het doel van het schrijven is in te spelen op de verbeeldingskracht van de lezer. Als ik het over kon doen, dan zou ik slechts één groot verhaal schrijven. Het komt overeen met een enorme afdruk van een rechterpoot in gesteente. Er is er slechts één, geen teken van komen ... noch van gaan, er zijn ontelbare vragen ... maar geen antwoorden, en het - die ene afdruk - werkt eindeloos in op de verbeeldingskracht. Ik heb me, daarentegen, dus weggeschreven!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 5 september 2003
/font size="6">/EEN BEELD
/Bij een vrij onbekend kasteel in Gelderland staat een héél oud, groot, tijdloos beeld van een wonderschone vrouw. Toen ik daar, zo van een afstand, naar stond te kijken, dacht ik: In welke tijd zou zo iemand eigenlijk passen? Waar denkt ze aan? Het is heel duidelijk dat zij niets gemeen heeft met het platte en aardse - haar hemelse blik geeft daar uitsluitsel van. Tot mijn verbazing stond er op het voetstuk van het beeld, nota bene met grote letters: DE ROMEINSE TIJD. Hoe kon dat bestaan? De Romeinse tijd was juist erg ruw en één van onbeschrijfelijk, barbaars geweld. Het beeld gaf dat niet weer en fungeerde dus als een instrument van een geschiedkundige leugen.
/In een opwelling besloot ik dan ook het marmeren beeld direkt aan diggelen te slaan - nee, niet nog eens eindeloos dralen. Precies op het moment dat ik de eerste klap, met een eind hout, zou uitdelen, bedacht ik me: Gemene, grove brokken getuigen van de harde waarheid, maar de waarheid past niet bij die tijd. Het beeld, hoe walchelijk het ook is, is een produkt van die tijd - één en al bedrog!
/Schuin achter mij zat een oud mannetje op een bankje en ik besloot om maar even naast hem te gaan zitten. Ik moest toch nog eens goed over het beeld nadenken. Het was een prachtige, rustige dag en daar zaten we dan naar dat valse beeld te kijken. Het duurde echter niet lang voordat er een gesprek tussen ons op gang kwam. Het baasje - naar ik later vernam de baron - vertelde mij waar “hij,” jaren geleden, het beeld uit de Tyrrheense Zee had opgevist en hoe hij het, met grote moeite en veel zorg op een grote vrachtwagen, naar Gelderland gebracht had. Van kenners had hij vernomen dat het beeld bedoeld was als een stil en waardig protest tegen het onbeschofte en onmenselijke van de Romeinse tijd. “In onze tijd denken wij dan aan ... “I have a dream ...” Vindt u het beeld ook niet prachtig?” Sprakeloos zat ik op het bankje. Het eind hout viel uit mijn hand op de grond, en ik stamelde ..... “Ja, ... ja .... dát vind ik ook!” Op slag veranderde ... mijn beeld van het beeld. Op slag veranderde ... ik!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, maandag, 31 juli 2006
/font size="6">/HET ONGRIJPBARE LEVEN
/Laatst woonde ik een afscheidsfeest bij van leerlingen van een middelbare school. De leerlingen verlieten ’s avonds laat één voor één het Hilton Hotel. Autos stonden klaar ... de één gaat hierheen en een ander daarheen. In zekere zin is dat jammer, maar er breekt toch ook weer een nieuwe dag aan - in London, Rochester, Calgary, Beiroet, etc.. ... Deze “dag” is voorbij!
/Op een foto staan formeel gekleede, jonge mensen. Zij waarderen het moment en kijken vol vertrouwen en met heldere ogen naar de camera ... naar de toekomst. Zij houden van uitdagingen, mooie dromen en beginnen aan een, ongrijpbaar, nieuw leven. Het is ongrijpbaar omdat b.v. levensgeluk een ervaring is en geen bezit.
/Zij die almaar omkijken zijn ongeschikt voor de “dag” van morgen. Voorlopig komt dat - het bewuste omkijken niet in hun op, en zij zullen het daarom ook niet doen. Later, als de komende “dag” soms grauw is en de dag minder geschikt is dan hij toen scheen te zullen zijn, dan zullen zij wel eens omkijken. Het geschutstorentje (tank) wordt dan verdraaid, en ... de “dag” van toen ligt dan, eveneens ongrijpbaar, weer voor hun. De leuke foto is er al!
/font size="6">/THE UNSEIZABLE LIFE
/Recently I attended the prom of students from a high school. One by one the students left late at night the Hilton Hotel. Cars were standing ready ... the one goes this way and another goes that way. In a certain sense that is too bad, but a new day will dawn - in London, Rochester, Calgary, Beirut, etc.. ... This “day” is over!
/On a picture there are formally dressed, young persons. They appreciate the moment and look full of confidence and with bright eyes at the camera ... at the future. They like challenges, nice dreams and to start with a, unseizable, new life. It is unseizable seeing that, for instance, happiness is an experience and not a possession.
/Those who continually look back are unsuitable for the coming “day.” For the time being that - the consciously looking back, does not cross their minds and therefore they will not do that. Later, when the coming “day” is grey and the day is less suitable than it at the time was expected to be, than they will at times look back. The turret (tank) will be turned, and ... the past “day” lays, just as unseizable, again right in front of them. The nice picture is already there!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 9 juni 2006
/font size="6">/KRUISPUNTEN
/Bij een paddestoel van de A.N.W.B., stond een van mijn vrienden zich af te vragen waar hij nog naar toe zou fietsen. De ene plaats leek hem wat te ver, het fietspad naar een andere bestemming glooide flink, boven het zuiden hingen grote, donkere wolken en om nu rechtsomkeert te maken, nee, daar had hij ook geen zin in. Zo stond hij te wikken en te wegen, toen het plotseling in hem opkwam dat dat ook een beeld is van het leven. Hoewel hij het niet gezocht had, was hij daar ineens in de greep van de ernst. Hij dacht aan onbekenden, vrienden, familie en aan zijn ouders. Welke wegen - van geboorte tot dood - hadden zij bewandeld? In grote lijnen zag het er vrij somber uit. De één had deze ellende meegemaakt en een ander was er nog beroerder vanafgekomen. Eens hadden zij allen in een wieg gelegen en de meeste vol moed hun eerste stapjes gezet op de aarde, maar wat was hun lot geweest? Wat was er gebeurd met het onbezorgde, jonge leven? Nu begreep hij wat een dove, oude opa hem eens in het oor “gefluisterd” had: “Het leven zou eigenlijk andersom moeten zijn!” Op het eerste gezicht leek hem dat zo gek nog niet, maar ... om het leven te beginnen met een ongeluk, of jaren van verdriet, en van een volwassene een baby te worden ... nee, dat was helemaal niets!
/Eensklap werd mijn vriend opgeschrikt en goed wakker geschud door het gebel en geroep van een voorbij fietsend schoffie: “Sta niet zo te suffen op het midden van het pad ... zo kom je nergens ... doorfietsen!”
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, donderdag, 27 april 2006
/center>/font size="6">/HET IS MAAR HOE JE HET BEKIJKT
/Als je je omdraait ligt het verleden voor je.
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 9 juni 2006
/center>/font size="6">/DE SPIEGEL/center>/font>
/U kent mogelijk mijn vriend de schrijver, toch zal ik hem bij naam niet noemen. Hij vertelde mij:
"Niet zo lang geleden nam ik een prijs in ontvangst voor een van mijn boeken. Door deze en gene werd ik toegesproken. Aan de lovende woorden kwam geen eind. Op een afwezig moment, dacht ik, voor die kerel moet ik ook klappen en begon nota bene ... . Toen ik het me een seconde later realiseerde, moest ik om het voorval hard lachen!
/Een paar dagen nadien ontving ik een briefje. Geachte heer ..., Bij deze schrijf ik u wat mij al jaren dwarszit. De meeste mensen kijken op een geschikt moment in een spiegel om slechts zichzelf te zien. De "spiegel" van schrijvers is niet van glas en zilver, hij is van papier en inkt. Zij willen niet slechts zichzelf zien, maar vinden dat zij door velen aanschouwd moeten worden. Meneer ..., het spijt me dat het zo is, maar uw soort is heel arrogant!"
/Sprakeloos stond ik naast mijn vriend op de stoep. Het was stil - doodstil, geen lovende woorden, geen applaus - en geen geschikt moment ...... voor een spiegel!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, zondag, 28 september 2003
/CENTER>/font size = 6 >/KLIK ... KLAK/font>
/In een klein plaatsje staat op de top van een heuvel een prachtige kerk. Zeker als de zon schijnt is de kerk een lust voor het oog - het schittert dan in de zon. In de kerk is een indrukwekkend pijporgel, fijn houtwerk en hangen grote, gesmeden kandelaars. De giften van vele generaties zijn duidelijk zichtbaar.
/Twee begaafde jonge musici wilden wel eens, na een avonddienst, in de kerk op het orgel en een trompet spelen. Erg spontaan - zoals dat wel meer bij de jeugd opborrelt - besloten zij op goed geluk naar de kerk te gaan. Na afloop van de dienst stonden zij even met een paar bekenden aandachtig te praten. Juist gedurende die paar minuten had de erg schappelijke organist het orgel op slot gedaan en de kerk verlaten. Vanzelfsprekend waren de twee musici, toen zij zich dat realiseerden, enigszins teleurgesteld, maar zij waren er zich bewust van dat het eigenlijk hun eigen fout geweest was. Als zij er maar één telefoontje aan gewaagd hadden ... . Al met al zat er niet veel anders op dan er het beste van te maken en zodoende zaten zij even later met een handjevol, voornamelijk oudere, leden van de kerk in de zogenaamde koffiekamer aan een tafel te praten. Het ontbrak hun daar niet aan gezelligheid, vriendelijkheid, de nodige chocolaatjes, heerlijke versnaperingen en de prima gezette koffie.
/In het donker was de kerk van een afstand heel goed zichtbaar en leek op een fonkellende diamant in de nacht, maar ... het was daar zo stil! Het “U zij de glorie” galmde die Paaszondag niet door lucht, en dat was toch de bedoeling geweest van de musici. Zij hadden echter hun les geleerd en dit zou hun, zo hadden zij zich reeds voorgenomen, niet gauw meer overkomen. Is het verhaal hier mee klaar? Nee, er is tenminste nog één les. ... Sloten hebben toch ook een groot nadeel - zij bepalen ... zij sluiten uit. En juist op die macht zijn sommige mensen erg belust, en zij fungeren dus graag als een autonoom slot. Voorop hun lippen liggen dan ook de woorden: “Ik be ... sluit!”
/De kerk op de heuvel ...
/Waren er soms teveel “sloten?”
/Vindt u deze veronderstelling een te grote stap?
/Luister en leer!
/Het zal daar spoedig geheel stil zijn ...
/De kerk gaat immers (niet vanzelf) ... op slot!
/KLIK ... KLAK
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, zondag, 19 februari 2006
PREVIOUSLY ON THE WEB / REEDS VERSCHENEN:
VLIEGEREN
EEN BEELD
HET ONGRIJPBARE LEVEN
AN UNSEIZABLE LIFE
KRUISPUNTEN
HET IS MAAR HOE JE HET BEKIJKT
KLIK ... KLAK
BEETHOVEN
... DIT IS
SLECHTS EEN VERHAALTJE?
MONKEY BUSINESS
THE WINDING ROAD
EEN LOTJE UIT DE LOTERIJ
DE STROP
THE ONLY ROSE
DE KLOK
PSYCHOLOGIE
WISDOM
RUST
DE BEGRAFENIS
" DAT ZOU GEWELDIG ZIJN ! "
HET LINTJE
DE VIJF VOGELTJES
ERGEREN
THE FRONT LINE
OPROEP
OVER DE PADEN
I WILL ...
WHO KNOWS
/. . . all of a sudden I realized that an elderly gentleman was sitting beside me. He was wearing a dark suit, had a beautiful white beard, and his eyes were bright and shining. I thought, if the swan looks like a princess, he most certainly looks like a prince! It was obvious to me, from his facial expressions, that this gentleman had intensely observed me for some time. It came then as no surprise to me that, after we had greeted each other, he said: “This is a very nice place and then the music. I have noticed that you . . . that you were immersed in the music.” After I had nodded with my head, he gave me a private lecture - a monologue - as if he was my professor.
/. . . “With your permission, Sir . . . Did you see those birds - those sparrows flying out there while we were listening to Beethoven? They were flying in a group, sweeping at random. Suddenly they flew right, left, up, down, and seemingly in whatever direction they chose. For scientists this is a mystery. How does this work? How can they pull off such a feat? The answer to this puzzle can (most likely) be found in realizing that it is a very automated process. A comparison can be drawn to people who play an instrument. Obviously, they don’t think about every key the press or string they pluck - it is done before they know it. In other words, the fingers know what to do while the brain is less involved than when they had to play the piece for the first time. Clearly there is a disconnect. If we take this now one step farther, then it is also possible for you to think, when you are listening to Beethoven, that it is you who are playing. Yes, you can even think that you are the creative genius who’s music is being performed. In a way, you become deeply involved in and learn the thinking processes of Beethoven. This implies that you can become very creative and, for that matter, also very intelligent with relatively little effort.
/Is this plagiarism or a form of delusion - grandeur? No, no it is not. Every person daily incorporates knowledge gained from others, and all kinds of unique experiences, into his being. This is what we commonly call learning. So if a person thinks that he is Napoleon, he has to wonder which Napoleon. If you ask if I can proof all of this, I will say that I have learned that doubters always ask for proof, but, for the rest of us, a healthy brain will do. May I point out that many composers “borrowed,” in different ways, from the works of fellow composers, and that every psychologist has been greatly influenced, for instance, by Sigmund Freud and his thinking processes.”
/After this monologue, the “professor” was getting ready to leave. He was reaching for his hat, and was apparently in a rush. However, I still quickly asked him for his name. With a very friendly smile on his face he said: “Who am I? Maybe the better question is ... Who am I - today, tomorrow, seven months from now?” A black Limousine stopped close by, a door opened and on a “carpet” of Beethoven’s amazing music his name flew away.
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, Thursday, October 20, 2005
/"Niet zo lang geleden bracht ik een bezoek aan de universiteit, waar ik jaren geleden student was. Het mij zo bekende gebouw stond er nog. Toen ik naar binnen liep, nam ik waar dat de houten deuren nog wat ouder geworden waren. Ik keek naar de vloer, maar trof daar geen sporen van mij meer aan. Het geluid van de lopende en pratende studenten, alsmede het slaan van deuren, nam ik niet waar .....
/ Ik liep een trap op en zag in een gang fotos van professoren aan de muur hangen. Vijfentwintig jaar trouwe dienst, etc. had blijkbaar een kiek opgeleverd. Ook zag ik fotos van de professoren zoals ik ze niet gekend heb - van een vroeger "Grieks" leven. Veel kleinere fotos hingen er verder van de studenten. Op de groeps'fotos nam elke student ongeveer de afdruk van een duim in beslag. Ik dacht, wat zal er van hun terechtgekomen zijn? Zullen zij nog allen leven? Naar ik weet hadden de gezag'voerders van weleer - de discipelen van het "Griekse ideaal" - daar ook niets over te vertellen. Verscheidene professoren leven immers niet meer. Vervolgens zag ik in een vitrine de nodige tropeeën. Het waren, in mijn ogen, relikwieën uit een vervlogen tijd - evenals een wel bekend beeld van een atletische, gespierde, Griekse jonge man die op het punt staat een discus te werpen, maar het nooit zal doen. Het (?geposeerde!) moment - een flits - is door een beeldhouwer bevroren in steen en zo in de tijd. Voor menigeen is het de geboorte en de inspiratie van hun eindeloze droom - de eeuwige jeugd!
/ ..... Ik deed de deur open en liep het gebouw uit. Ik voelde me als een geest. Had iemand mij gezien? Ik had niemand gezien ... of ... waren er soms meer geesten en zien die elkaar niet? Het was genoeg! Ik stond weer op de stoep. De zon scheen. De deur ging achter mij dicht. Dat was ... dit is!"
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 16 september 2005
/center>/font size = 6 >/SLECHTS EEN VERHAALTJE?
/De verteller vertelde en vertelde.
/Ook al speelde hij vaak met de tijd,
/Hij raakte het kwijt.
/Zijn dagen waren eigenlijk vergaan,
/Toch bleef hij nog een jaartje staan.
/Plots viel hij om,
/Maar niemand gaf er iets om!
/-
/Zo vertelde een verteller aan een paus
/... en ...
/Ook hij kreeg ... toen ... applaus!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, woensdag, 31 augustus 2005
/center>/font size = 4 >/MONKEY BUSINESS
/Once upon a time there was a nasty, little ... panda ... bear and a strong monkey with her babies. The little bear was often hungry and so he frequently wanted to have something to eat. Finding food was not his favourite pastime, he simply tried to take it from the monkey. The monkey did not have to worry too much about what she would have to eat, seeing that there was more than enough for her and her babies. The monkey said to the bear, "Listen, you behave and I will just give you some." The little bear thought that it wasn’t a bad deal and therefore he stuck with it. At times the little bear growled, but in general he was able to control himself. Over time the little bear wanted more food. The monkey was aware of this and even happily supplied him with it. The "babies" of the monkey brought more bacon, cheese and honey to the "little" bear - they served him hand and foot. One day the "little" bear realized that he had become very big and very strong, and within a flash he was on his way to the monkey. All of a sudden the nasty bear was standing right in front of the monkey. He made wild movements and started to growl and said, "Where is the food!" Right away the monkey understood that bear meant business and thus she was immediately on her way! The bear got the bacon, the cheese and the honey - in short, he got everything! "What will we eat?" asked the monkey with a shaky voice. The bear laughed and said, "If you behave, I might just give you some." From that day on, bread and water were on the menu for the monkeys - that is, when they behaved! Soon after, mama monkey died - starved and broken-hearted. She was loaded with feelings of guilt. When she whispered her last words, she said, "MONKEY BUSINESS: Once upon a time there was a ... nasty, little ... panda ... bear ..."
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, woensdag, 9 maart 2005
/ Matthijs van Gaalen Sr.
/ Mt. Brydges, dinsdag, 17 mei 2005
/Matthijs van Gaalen Sr.
/London, 21 januari 1981
/
/Through the forests and all around
/The pavement must go over much rugged ground
/Thus is my life
/It is full of strife
/Running away from the aftermath
/A yellow line marks the path
/I am guided by a "friend"
/I have left a legacy with no end
/Over the horizon it will go
/Never ending, all will know
/Looking around and you will see
/People have driven over me
/Parents, teachers, and many more
/Slamming my face into a shutting door
/The light of morning is a sign to a new day.
/A day that holds something that none can say.
/Matthijs van Gaalen Jr.
/Mt. Brydges, March 2005
/font size = 6>THE FRONT LINE
/font size="4">
/Before me I see the face.
/It is the face of a soldier.
/Fully equipped he walks to the front line.
/He is like a dot in an army.
/Before me I see the face.
/It is the face of a man, a lady, a child.
/With empty hands they walk to the front line.
/They are like one from a multitude.
/Before me I see the face.
/It is the face of a soldier, a man, a lady, a child.
/They walk with the time to the front line.
/They are like a kernel in the sand.
/Before me I see the face.
/It is the face of death, horror and misery.
/And they walk ... to that front line.
/They are together and all so lonely!
/Before me I see the face.
/It is the face of time.
/It is barbaric at that front line.
/They are like specks of dust ... with or without name.
/As specks of dust? Do we see their cross?
/Voor mij zie ik het gezicht.
/Het is het gezicht van een man, een vrouw, een kind.
/Met lege handen lopen zij naar het front.
/Zij zijn als een uit een menigte.
/Voor mij zie ik het gezicht.
/Het is het gezicht van een soldaat, een man, vrouw, kind.
/Zij lopen met de tijd naar het front.
/Zij zijn als een korreltje in het zand.
/Voor mij zie ik het gezicht.
/Het is het gezicht van de dood, gruwel en ellende,
/En zij lopen ... naar dat front!
/Zij zijn samen en allen zo alleen!
/Voor mij zie ik het gezicht.
/Het is het gezicht van de tijd.
/Barbaars is het aan dat front.
/Zij zijn als stofjes ... met of zonder naam.
/Als stofjes? Zien wij hun kruis?
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, dinsdag, 22 februari 2005
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, Thursday, January 9, 1997
/
/Hij tikt en tikt
/Heen en weer
/Slag na slag
/Uur na uur
/Dag in, dag uit
/Jaar in, jaar uit
/Hij staat niet stil
/Wacht niet
/Stopt niet
/Twijfelt niet
/Geeft niets terug
/Loopt maar in het rond
/Lijdt naar de dood, vanaf de schoot
/Dan deze of gene
/Of deze en gene
/Ook al blijft hij dan toch nog tikken
/Het kan niemand niets vertikken!
/
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 16 april 2004
/
/
/Een student schreef onder een tentamen (hij had nota bene niets ingevuld) het volgende aan zijn psychologie professor:
/
/
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, dinsdag, 26 oktober 2004
/DE WIND LUISTERDE NAAR MIJN SMART,
/ER WAS EEN STORM IN MIJN HART.
/IK ZEI: "WAT DOE IK HIER?,
/DIT GEEFT MIJ GEEN PLEZIER!"
/DE WIND SLOEG ZICH OM MIJ HEEN
/EN, OOK ZIJ, VERDWEEN!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, zondag, 18 maart 2001
/Het was op een zaterdagmorgen dat ik door de straatjes liep van ons stadje. Ik hoorde klokken luiden en wist daardoor dat er een begrafenis was. Spoedig stond ik op een stoep achter een paar mensen bij een pleintje. In de verte zag ik vaag de rouwstoet al aankomen Wie was het eigenlijk?, vroeg ik me zo af. Nee, het was geen bekende van mij. Ondanks dat bleef ik daar gewoon staan. Waarom wist ik niet. Misschien verwachtte ook ik, onbewust, een Lazarus ervaring. De stilte van de aanwezigen weernam mij de vrijheid om aan iemand te vragen wie het nu wel was. Normaal gesproken waren de mensen van het stadje al niet zo spraakzaam - laat staan gedurende een begrafenis! De stoet kwam al naderbij - ik hoorde immers de voetstappen van de baar steeds iets duidelijker en doordringender. Toen ik mijn hand in mijn jasje stak, bemerkte ik dat ik mijn bril niet bij mij had. Zonder die bril kon ik niet goed zien. De dragers waren zodoende geheel onherkenbaar voor mij en de mensen, die achter de lijkkist liepen, leken zelfs op schimmen. Toch nog onverwachts schoven de hoge zwarte hoeden voor ons langs. Ik wilde op mijn tenen gaan staan en mijn nek strekken, maar besloot het hoofd uit respect te buigen. Wie was het toch?, dacht ik haast hardop. Sss..! was mijn deel - al was ik een kleine jongen! Iedereen zweeg en stond stokstijf aan de kant van de weg te kijken. Het leek me dat de klokken al luider begonnen te luiden, terwijl ik juist - heel onbeschaafd natuurlijk - een paar mensen achter me hoorde fluisteren. Ik ergerde me!, maar, had ik het goed gehoord? Ik kon mijn oren gewoon niet geloven! ..... de oude koning! ... hij wilde incognito begraven worden! ..... Nee, dat kon ik me niet voorstellen! De stoet stond stil, de klokken sloegen een laatste keer - een galm zweefde nog door de lucht en een kraai fladderde onverwachts even in het rond voor hij ergens neerstreek. Ik keek op en zag dat de lucht op barsten stond en dat het laatste blad, van een gebogen en verder geheel kale boom, viel. Plotsklaps begon het te storten! Alles was grauw en grijs! Vele trachtten op een ongemerkte wijze snel huiswaarts te keren. Het was echter al te laat! Geheel doorweekt liep ik naar de plaats waar het graf gedelfd was en waar de kist neergelaten werd. Op de kist las ik slechts enige woorden in het Latijn ... De Tijd ... De Tijd! De zonen en dochters van het "stadje" hadden het niet vermoed! Alles stopte - ditmaal ook de regen! Het zal daar voorgoed stil zijn ... doodstil!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, dinsdag, 27 february 2001
/Een heel jong meisje zat op de knieen van haar opa en keek verlangend naar een zuurstok die uit grootvader's jasje stak. Voorzichtig gingen de kleine vingertjes naar het lekkers, maar ze werden snel teruggetrokken zodra opa zijn hoofd maar iets naar haar toe draaide. Opa speelde zijn rol erg goed. Natuurlijk wist hij waar het kind zo verlangend naar zat te kijken. Hij was immers ook jong geweest en realiseerde zich dat de zuurstok aan smaak zou winnen naarmate de "strijd" er voor zwaarder zou zijn. Doelbewust bewoog hij dan ook af en toe zijn hoofd en keer op keer slaagde hij in zijn opzet - de vingertjes glipten als visjes weg. Na verloop van tijd, als een donderslag bij heldere hemel, zei hij enigszins nors: "Ik weet wat je hebben wilt!" De schrik sloeg het arme kind om het hart, haar wangetjes werden wat rood en met een bezorgde blik keek zij naar haar grootvader. Spoedig ebde de spanning weg toen opa de zuurstok uit zijn jasje haalde en aan haar gaf. "Zo moet je het likken," zei opa, "heel rustig en met je ogen dicht!" Het meisje ging liggen in de armen van haar grootvader en genoot zichtbaar van elke lik./p>
/Jaren verstreken en het meisje dacht nog vaak terug aan die bijzondere zuurstok. Zo nu en dan kreeg of kocht ze er een, maar geen smaakte er zoals die!/p>
/Ik vertelde dit verhaaltje aan een jong meisje en legde uit waarom die zuurstok juist zo lekker geweest was: "Die zuurstok had immers een extra ingredient - hij zat namelijk bordevol met liefde!" Het jonge meisje keek me nadenkend en verlangend aan en zei: "Zijn er daar nog meer van?"/p>
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, maandag, 8 april 2002
/Toen ik het gebouwtje, van de optimistclub, betrat overviel mij de vlaggenzee. Overal, waar ik ook keek, hingen vlaggen. Het leek wel een vlaggenwinkel! Bij de deur werd ik netjes begroet door een vriendelijke man, die mij al jaren geleden had uitgenodigd om eens te komen. Na wat heen en weer gepraat, vroeg ik hem wat hem nu zo trok in de optimistclub. "Wel," zei hij, "ik ben een optimist en wij zijn hier allen optimistisch. Neem nu mijn vader, die man zag alles somber in ... de economische afgrond, ziektes en oorlogen. Mijn grootmoeder was helemaal zo'n zwartkijker ... de wereld vergaat, verdoemenis, hellevuur en dan dat eeuwige geklaag. Het was niet te geloven - verschrikkelijk!" Medelevend knikte ik mijn hoofd en vroeg hem: "Hoe denkt u dat de wereld er voor zou staan als die twee keer zo groot zou zijn?" "O, meneer sprak hij, "dat zou geweldig zijn!" Gedurende een kwartier, ratelde hij vervolgens een hele lijst van redenen af, waarom het een zegen voor de mensheid zou zijn.
/Een paar maanden nadien liep ik weer naar de club. Nee, ik was geen lid geworden, maar mijn vriend had mij gebeld. Hij deed prompt de deur voor mij open en begroette mij uitvoerig - als een die nu ook tot de groeiende schare van optimisten gerekend kon worden. Zoals gebruikelijk spraken wij ook ditmaal eerst over koetjes en kalfjes, maar na verloop van tijd zei ik: "Om even terug te komen op ons gesprek van ... Ik heb nog eens over het een en ander na zitten denken, en vraag me af hoe u denkt dat de wereld er voor zou staan als die de helft zo groot zou zijn?" Met een lach op zijn gezicht, naar ik aanneem veronderstellende dat ik aan geheugenverlies leed, sloeg hij mij op de schouder en zei: "Daar hebben wij het toen toch over gehad! O, meneer, dat zou geweldig zijn! ....."
/P.S. Dit verhaal berust alleen op fantasie.
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, woensdag, 3 december 2003
/Het was weer feest! In het centrum van de belangstelling stond Pa. Hij was een overwinnaar - een held. Pa schitterde aan alle kanten! Slechts enige minuten geleden had hij namelijk een lintje ontvangen, zij het uit handen van de burgemeester, maar dan toch namens Hare Majesteit! Het geklap wist van geen ophouden! Zo stond Pa daar dan, tussen een glunderende burgervader en een bewonderende echtgenote, voor de genodigden en belangstellenden. In een avond was Pa omgetoverd van een verscholen anarchist in een overtuigde monarchist!
/Het was een goed jaar geweest voor Pa. Na 35 jaar trouwe dienst bij een lampen fabriek had Pa het jaren geleden op zich genomen om zijn, door omstandigheden afgebroken, studie voort te zetten. Wat bewoog hem om verder te gaan? "Wel," zei Pa, "Je kan niet stil gaan zitten!" En, inderdaad, gelijk had hij. Het een en ander werd besproken met zijn vrouw en spoedig zat Pa te studeren. Vele nachten brandde het licht in het zolderkamertje. Voor zij naar bed ging bracht vrouwlief plichtsgetrouw iedere avond nog een kopje thee met een koekje. Pa hield immers toch zo van krakelingetjes. Hij rustte niet, Pa zwoegde en ploeterde voort! Eerder dit jaar promoveerde uiteindelijk Pa en ook toen was zijn blijdschap groot geweest.
/Na de indrukwekkende receptie werden Pa en Ma in een schitterende auto naar huis gebracht. Het was laat en tijd om naar bed te gaan, maar Pa (67) kon zo een, twee, drie niet in slaap vallen. In zijn keurig gestreken streepjes pyjama ging hij nog even naar zijn zolderkamertje. Het licht ging aan en Pa keek triomfantelijk naar de boeken en vele paperassen, totdat zijn blik op een familie foto viel. Zie, ik ben toch heel bijzonder ... dacht Pa, terwijl hij zo naar zijn ouders keek. Genoegzaam schoof Pa onder de lakentjes. Morgen ... ach wat gaf het, het doel was immers bereikt. De burgemeester had het zo accuraat gezegd: " ... een bijzonder ... " Pa stond op en prees zich gelukkig die dag; zijn schoonzoon was een speciaal eikehouten kastje aan het maken voor de zeldzame decoratie en er was op stel en sprong een lederen fotoalbum besteld. Pa verwachtte dat er een foto van hem in de krant zou staan, en dat was ook het geval, maar de kop van de krant ...
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, dinsdag, 30 januari 2001
/Jaren geleden ontmoette ik een oude schrijver, die mij uitnodigde om eens op bezoek to komen. Op een zekere middag klopte ik aan zijn deur en werd prompt binnengelaten. In zijn studeerkamer zag ik, in een eikenhouten kast, al de boeken van de schrijver's hand. Het maakte diepe indruk op mij! Naast een oude schrijfmachine lagen ook nog eens stapels papier op de vloer! Waren het ongepubliceerde werken? De oude man strompelde het kamertje in, begroette mij en ging tegenover mij in zijn stoel zitten. Na wat heen en weer gepraat, vroeg ik hem of hij soms ergens spijt van had - doelende op een ongeschreven werk. De schijver zuchtte eens diep, dacht na, "keek" in een glaasje en zei: "Ja ... , ik heb teveel geschreven. Het doel van het schrijven is in te spelen op de verbeeldingskracht van de lezer. Als ik het over kon doen, dan zou ik slechts een groot verhaal schrijven. Het komt overeen met een enorme afdruk van een rechterpoot in gesteente. Er is er slechts een, geen teken van komen ... noch van gaan, er zijn ontelbare vragen ... maar geen antwoorden, en het - die ene afdruk - werkt eindeloos in op de verbeeldingskracht. Ik heb me, daarentegen, dus weggeschreven!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 5 september 2003
/DE VIJF VOGELTJES
/Er was eens een heel oud vrouwtje.
/Van dag tot dag opende zij het raam van haar huisje en luisterde naar ieder muisje.
/Zij tikte dan, als dank, ook op een plank.
/Vijf vogeltjes kwamen aangevlogen en zagen hun dagelijks brood voor ogen.
/Maar op een dag bleef het daar "nacht."
/De vogeltjes troffen daar niets aan, maar gingen daar niet meer vandaan - er was eens een heel oud vrouwtje.
/Zij zaten bij het raam van het huisje en hoorden geen muisje.
/Zij tikte niet meer, als dank, op een plank.
/De vogeltjes kwamen aangevlogen en zagen hun dagelijks brood niet voor ogen.
/Op een dag begon zodoende ook voor hen de "nacht."
/Een heel oud vrouwtje zei: "Zij waren wijs en zingen nu in het paradijs!"
/Maar vijf vogeltjes tjilpten in koor voor ieder's gehoor: "Praat niet over wat gij niet weet, of bent u daar soms reeds geweest?"
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, woensdag, 21 january 2004
/ERGEREN
/De dominee zal het goed bedoeld hebben, maar verstandig waren zijn opmerkingen mijns in'ziens geheel niet. Blijkbaar is de dominee er zich niet bewust van dat indien men mensen "verbiedt" over onderwerpen te spreken, waarover zij vrijuit praten, zij zeker niet hun gedachten te kennen zullen geven over hetgeen zij zwijgen als het graf.
/Het is dan ook te voorzien dat huisbezoeken geheel stille aangelegenheden zullen worden. De dominee kan derhalve beter thuisblijven - hij zal zich dan beslist niet ergeren aan de van nu af aan spaarzame kritiek, noch aan het absolute gezwijg! Wat niet weet, wat niet deert!, of ....
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, vrijdag, 20 juli 2001
/U kent mogelijk mijn vriend de schrijver, toch zal ik hem bij naam niet noemen. Hij vertelde mij:
"Niet zo lang geleden nam ik een prijs in ontvangst voor een van mijn boeken. Door deze en gene werd ik toegesproken. Aan de lovende woorden kwam geen eind. Op een afwezig moment, dacht ik, voor die kerel moet ik ook klappen en begon nota bene ... . Toen ik het me een seconde later realiseerde, moest ik om het voorval hard lachen!
Een paar dagen nadien ontving ik een briefje. Geachte heer ..., Bij deze schrijf ik u wat mij al jaren dwarszit. De meeste mensen kijken op een geschikt moment in een spiegel om slechts zichzelf te zien. De "spiegel" van schrijvers is niet van glas en zilver, hij is van papier en inkt. Zij willen niet slechts zichzelf zien, maar vinden dat zij door velen aanschouwd moeten worden. Meneer ..., het spijt me dat het zo is, maar uw soort is heel arrogant!"
Sprakeloos stond ik naast mijn vriend op de stoep. Het was stil - doodstil, geen lovende woorden, geen applaus - en geen geschikt moment ...... voor een spiegel!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, zondag, 28 september 2003
/font size"4"> /Van mijn toren kon ik een bolle, zwarte hoed op twee oren bekoren.
/Hij had ook twee benen, en is nu verdwenen.
/Ik had die bolle, zwarte hoed kunnen kopen, maar heb het laten lopen.
/Nu zit ik met de spijt, hopelijk slijt dat met de tijd.
/Indien u echter goed nieuws hebt te vertellen, wilt u mij dan even bellen?
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mount Brydges, woensdag, 16 mei 2007
/Over de paden van ons leven, komen wij soms het verleden tegen.
/De ene keer worden wij beproefd en bedroefd.
/Een andere keer zijn wij vrij en blij.
/Mogen wij voor het verleden buigen
/en
/,vooral zelf,
/van het goede getuigen!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mount Brydges, zondag, 18 februari 2007
/A letter from Vincent (an excerpt):
/Recently I went to Canada Mall. Near a rather small stand stood a lady in a labcoat. She approached me and asked if I wanted to have my hands washed with a special product. Somewhat reluctantly, I agreed and soon a scoop of paste was laying on one of my hands. According to the lady the product was made with salt from the Dead Sea. After I had rubbed my hands, with the wet mixture, she rinsed them with some spray above a bowl. “Sir,” she said, “look at all the dead skin (floating in the bowl)! You can wash your hands with this product daily. Don’t they feel soft? I have a jar, which will cost you $35.00." Pointing at my wedding ring, she continued, “I see that you have a wife and you can thus share it with her!”
/With a smile, I replied: “Sharing? Oh, no!”
/“Well,” she said, “I can give you two jars for the price of one, and then you can give one to your wife.”
/“Sharing? Oh, no! I am not in the sharing business!” I said.
/Apparently, the lady didn’t know what to make of it and made a last ditch effort to sell to me the special product. With a questioning look - are you going to buy? - she said: “Sir, you can use it just once a week!”
/With a broad smile, I replied: “I will come back ... next week!”
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, zondag, 26 november 2006
/font size="6">/WHO KNOWS ?
/Yesterday evening, Caroline and I went for a walk in London. All of a sudden I noticed, just above the surface of a lawn, a sign on which a familiar name was written, Greene. While pointing at the sign, I said: “Greene!, Greene!,” and I thought: Who could that be?, pest control? (This lawn has been sprayed by ... with ...) When I came a few steps closer to the sign, I could read the complete text ...
/VOTE
/HARRY
/GREENE
/MAYOR
/Apparently it is election time, and maybe, just maybe, it is, after all, about ... “pest” control!
/Matthijs van Gaalen Sr.
/Mt. Brydges, zondag, 17 september 2006
